Een kleine vogel riep je

Met zijn rood gestreepte sneb.

EA(c)n keer schreeuwde hij boven Vest Tabr

En jij trok de Begraafplaatsvlakte op.

Klaagzang voor Leto

A

Leto werd wakker van het gerinkel van waterringen in het haar van een vrouw. Hij keek naar de open ingang van zijn cel en zag Sabiha daar zitten. In de half bewuste toestand van de specie zag hij haar uitgetekend door alles wat zijn visioen over haar had onthuld. Ze was al twee jaar over de leeftijd waarop de meeste Vrijmanse vrouwen trouwden of toch minstens verloofd waren. Haar familie bewaarde haar dus voor iets... voor iemand. Ze was duidelijk huwbaar. Zijn door het visioen omfloerste ogen zagen haar als een wezen uit het Terraanse verleden van de mensheid: donker haar en bleke huid, diepe oogkassen die haar blauw-met-blauwe ogen een groenige tint gaven. Ze had een kleine neus en een brede mond boven een puntige kin. En zij was voor hem het levende bewijs dat het plan van de Bene Gesserit hier in Jacurutu bekend wasaof in ieder geval werd vermoed. Ze hoopten dus via hem het Farao-imperialisme te herstellen, hA"? Wat was dat dan voor plan om hem te dwingen met zijn zuster te trouwen? Sabiha kon dat in ieder geval niet voorkomen.

Maar zijn bewakers wisten van het plan. En hoe waren ze erachter gekomen? Ze hadden geen deel gehad aan het visioen ervan. Ze waren niet met hem mee geweest naar de plaats waar het leven een bewegend vlies in een andere dimensie werd. De wederkerige en cirkelvormige subjectiviteit van de visioenen die Sabiha hadden getoond was van hem en uitsluitend van hem.

Weer rinkelden de waterringen in Sabiha's haar en het geluid riep zijn visioenen weer wakker. Hij wist waar hij was geweest en wat hij had geleerd. Dat kon door niets worden uitgewist. Nu reed hij niet in het draagzadel van een grote Maker waarbij het getinkel van waterringen onder de passagiers het ritme voor hun reisliederen aangaf. Nee... Hij was hier in zijn cel in Jacurutu, bezig aan de gevaarlijkste aller reizen: bij de Ahl as-sunna wal-jamas vandaan en weer terug, bij de echte wereld van de zintuigen vandaan en naar die wereld terug.

Wat deed ze daar met die rinkelende wateringen in haar haar? O, ja. Ze maakte weer het brouwsel klaar waarmee ze dachten dat ze hem gevangen hielden: voedsel verzadigd met specie-essence om hem half in, half uit het werkelijke heelal te houden tot hij stierf, of tot het plan van zijn grootmoeder slaagde. En elke keer dat hij dacht dat hij had gewonnen, stuurden ze hem terug. Vrouwe Jessica had natuurlijk gelijkadie oude heks! Maar wat een riskante onderneming. De volledige herinnering van al die levens in hem was volkomen onbruikbaar als hij de gegevens niet kon ordenen om ze naar believen te gebruiken. Die levens waren opgebouwd uit zuivere anarchie. EA(c)n ervan of allemaal hadden hem kunnen overweldigen. De specie en de eigenaardige omgeving hier in Jacurutu waren een enorme gok geweest.

Nu wacht Gurney op het teken en ik weiger het hem te geven. Tot hoever zal zijn geduld reiken?

Hij staarde naar Sabiha. Ze had haar kap afgedaan zodat de stamtatoeage op haar slapen zichtbaar was. Leto herkende de tatoeage eerst niet en bedacht toen ineens waar hij was. Ja, Jacurutu leefde nog steeds.

Leto wist niet of hij zijn grootmoeder dankbaar moest zijn of dat hij haar moest haten. Zij wilde dat hij instincten zou bezitten op het bewustzijnsniveau. Maar instincten waren slechts raciale herinneringen aan manieren waarop je noodsituaties kon aanpakken. Zijn rechtstreekse herinneringen aan die andere levens vertelden hem veel meer. Hij had het nu allemaal geordend en hij begreep dat het gevaarlijk zou zijn zich tegenover Gurney bloot te geven. Voor Namri kon hij het niet verborgen houden. En Namri was een ander probleem.

Sabiha trad de cel binnen met een kom in haar handen. Hij bewonderde de manier waarop het licht van buiten kleurige regenbogen tekende langs de randen van haar haar. Voorzichtig hief ze zijn hoofd op en ze begon hem uit de kom te voeren. Pas toen besefte hij hoe zwak hij was. Hij liet zich door haar voeren terwijl zijn gedachten afdwaalden naar het onderhoud met Gurney en Namri. Ze geloofden hem! Namri meer dan Gurney, maar zelfs Gurney kon niet ontkennen wat zijn zintuigen hem al over de planeet hadden verteld.

Sabiha veegde met de zoom van haar mantel zijn mond af.

Achch, Sabiha, dacht hij, terugdenkend aan dat andere visioen dat zijn hart vervulde met pijn. Vele nachten heb ik naast het open water liggen dromen en hoorde ik de winden boven mijn hoofd passeren. Vele nachten lag mijn lichaam naast het hol van de slang en in de zomerhitte droomde ik van Sabiha. Ik zag haar speciebrood opbergen dat gebakken was op roodgloeiende platen plastaal. Ik zag het heldere water in de qanat, vriendelijk en glanzend, ?naar een stormwind raasde door mijn hart. Zij drinkt koffie en eet. Haar tanden glanzen in de schaduw. Ik zie haar mijn waterringen in haar haar vlechten. De lieflijke ambergeur van haar boezem treft mij in mijn diepste zinnen. Zij kwelt en onderdrukt me, louter door te bestaan.

De druk van zijn veelvuldige herinneringen deed de bol van bevroren tijd die hij had proberen te weerstaan uiteenspatten. Hij voelde ineengestrengelde lichamen, de geluiden van seks, en elke zintuiglijke indruk was doortrokken van ritme: lippen, ademhaling, vochtige zuchten, tongen. Ergens in zijn visioen zag hij spiraalvormen, koolzwart en hij voelde die vormen kloppen toen ze zich in zijn binnenste omdraaiden. In zijn schedel smeekte een stem: 'Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft...' In zijn schoot voelde hij een volwassen zwelling en zijn mond zakte open terwijl hij vasthield, zich vastklampte aan het geraamte van vervoering. Dan een zucht, een aanhoudende grondzee van zoetheid en een inzakken.

O, wat heerlijk om dat te laten ontstaan! 'Sabiha,' fluisterde hij. 'O, mijn Sabiha.'

Toen haar gevangene na zijn voedsel duidelijk; diep in trance was geraakt nam Sabiha de kom op en ging ze de cel uit waarbij ze in de deuropening even met Namri sprak. 'Hij riep weer mijn naam.'

'Ga terug en blijf bij hem,' zei Namri. 'Ik moet Halleck zoeken om dit met hem te bespreken.'

Sabiha zette de kom om de hoek van de deuropening en keerde terug naar de cel. Ze ging op de rand van de brits zitten en staarde naar Leto's overschaduwde gezicht.

Even later opende hij zijn ogen, hij stak zijn hand uit en raakte haar wang aan. Toen begon hij tegen haar te praten en hij vertelde haar over het visioen waarin zij had bestaan.

Terwijl hij zo praatte legde ze haar hand over de zijne. Wat was hij lief... wat vreselijk liefa Ze zakte op de brits neer, ondersteund door zijn hand, al bewusteloos voor hij zijn hand wegtrok. Leto ging rechtop zitten en voelde hoe verzwakt hij was. De specie had hem met zijn visioenen uitgeput. Hij doorzocht zijn cellen naar elk vonkje reserve-energie en klom van de brits zonder Sabiha te storen. Hij moest weg, maar hij wist dat hij niet ver zou komen. Langzaam verzegelde hij zijn stilpak, hij trok zijn mantel om zich heen en glipte door de gang naar de buitenste grot. Er liepen een paar mensen rond die met hun eigen zaken bezig waren. Ze kenden hem, maar hij was hun verantwoordelijkheid niet. Namri en Halleck zouden wel weten wat hij deed; Sabiha kon niet ver uit de buurt zijn.

Hij vond het soort zijgang dat hij zocht en sloeg die brutaalweg in.

Achter hem sliep Sabiha vredig voort tot Halleck haar wakker maakte.

Ze ging zitten, wreef haar ogen uit, zag de lege brits, zag haar oom achter Halleck staan en de boosheid op hun gezichten.

Namri beantwoordde de vragende uitdrukking op haar gezicht: 'Ja, hij is weg.'

'Hoe kon je hem laten ontsnappen?' raasde Halleck. 'Hoe is dit mogelijk?'

'Men heeft hem naar de benedenuitgang zien gaan,' zei Namri met een vreemd kalme stem.

Sabiha kromp voor hen ineen toen ze terugdacht.

'Hoe?' wilde Halleck weten.

'Ik weet het niet. Ik weet het niet.'

'Het is nacht en hij is zwak,' zei Namri. 'Hij zal niet ver komen.' Halleck draaide zich razendsnel om. 'Jij wilt dat de jongen sterft!'

'Dat zou me niet onaangenaam zijn.'

Weer richtte Halleck zich tot Sabiha. 'Vertel me wat er is gebeurd.'

'Hij raakte mijn wang aan. Hij bleef maar over zijn visioen praten... van ons samen.' Ze keek naar de lege brits. 'Hij maakte me in slaap. Hij heeft me betoverd.'

Halleck keek naar Namri. 'Zou hij zich ergens binnen schuil kunnen houden?'

'Binnen niet. Hij zou gevonden worden, ze zouden hem zien. Hij was op weg naar de uitgang. Hij is ergens buiten.'

'Toverij,' mompelde Sabiha.

'Geen toverij,' zei Namri. 'Hij hypnotiseerde haar. Deed hij bijna met mij ook, weet je nog? Zei dat ik zijn vriend was.' 'Hij is erg zwak,' zei Halleck.

'Alleen zijn lichaam,' zei Namri. 'Maar hij zal niet ver komen. Ik heb de hielpompen van zijn stilpak onklaar gemaakt. Als we hem niet vinden zal hij zonder water omkomen.'

Halleck had zich bijna omgedraaid om Namri een dreun te verkopen, maar hij wist zichzelf met veel moeite in te houden. Jessica had hem gewaarschuwd dat Namri de jongen misschien zou moeten doden. Grote goden! In wat voor toestand waren ze geraakt, Atreides tegen Atreides! Hij zei: 'Is het mogelijk dat hij gewoon wegdwaalde in de specietrance?'

'Wat maakt het voor verschil?' vroeg Namri. 'Als hij ontsnapt moet hij sterven.'

'We gaan zoeken bij het eerste licht,' zei Halleck. 'Heeft hij een Vrijset meegenomen?'

'Er staan er altijd een paar naast het deurzegel,' zei Namri. 'Hij zou wel stom zijn als hij er niet een had meegenomen. En hij heeft nooit de indruk gewekt dat hij stom was.'

'Stuur dan bericht naar onze vrienden,' zei Halleck. 'Vertel hun wat er is gebeurd.'

'Vannacht geen boodschappen,' zei Namri. 'Er is een storm op komst. De stammen volgen hem al drie dagen. Om middernacht is hij hier. Alle verbindingen zijn al verbroken. De satellieten hebben deze sector twee uur geleden gesloten.'

Een diepe zucht schokte door Halleck heen. Als de zandstorm hem overviel zou de jongen zeker omkomen daarbuiten. De storm zou het vlees van zijn botten vreten en de botten tot splinters snijden. De voorgewende dood zou echt worden. Hij sloeg met zijn vuist in zijn handpalm. De storm kon hen in de vest gevangen houden. Ze konden niet eens een speuractie op touw zetten. En de vest was al geA-soleerd door storingen wegens de storm.

'Distrans,' zei hij in de mening dat ze een boodschap konden inprenten in de kreet van een vleermuis om die dan met het alarmerende bericht uit te sturen.

Namri schudde zijn hoofd. 'Vleermuizen vliegen niet als het stormt. Denk na, man. Ze zijn gevoeliger dan wij. Ze verbergen zich angstig in de grotten tot het achter de rug is. We kunnen beter wachten tot de satellieten ons weer ontvangen. Dan kunnen we proberen zijn resten te vinden.'

'Niet als hij een Vrijset meenam en zich in het zand verborg,' zei Sabiha.

Zachtjes vloekend draaide Halleck zich om en hij beende met grote stappen de vest in.

Kinderen van Duin
titlepage.xhtml
Kinderen van Duin_split_000.htm
Kinderen van Duin_split_001.htm
Kinderen van Duin_split_002.htm
Kinderen van Duin_split_003.htm
Kinderen van Duin_split_004.htm
Kinderen van Duin_split_005.htm
Kinderen van Duin_split_006.htm
Kinderen van Duin_split_007.htm
Kinderen van Duin_split_008.htm
Kinderen van Duin_split_009.htm
Kinderen van Duin_split_010.htm
Kinderen van Duin_split_011.htm
Kinderen van Duin_split_012.htm
Kinderen van Duin_split_013.htm
Kinderen van Duin_split_014.htm
Kinderen van Duin_split_015.htm
Kinderen van Duin_split_016.htm
Kinderen van Duin_split_017.htm
Kinderen van Duin_split_018.htm
Kinderen van Duin_split_019.htm
Kinderen van Duin_split_020.htm
Kinderen van Duin_split_021.htm
Kinderen van Duin_split_022.htm
Kinderen van Duin_split_023.htm
Kinderen van Duin_split_024.htm
Kinderen van Duin_split_025.htm
Kinderen van Duin_split_026.htm
Kinderen van Duin_split_027.htm
Kinderen van Duin_split_028.htm
Kinderen van Duin_split_029.htm
Kinderen van Duin_split_030.htm
Kinderen van Duin_split_031.htm
Kinderen van Duin_split_032.htm
Kinderen van Duin_split_033.htm
Kinderen van Duin_split_034.htm
Kinderen van Duin_split_035.htm
Kinderen van Duin_split_036.htm
Kinderen van Duin_split_037.htm
Kinderen van Duin_split_038.htm
Kinderen van Duin_split_039.htm
Kinderen van Duin_split_040.htm
Kinderen van Duin_split_041.htm
Kinderen van Duin_split_042.htm
Kinderen van Duin_split_043.htm
Kinderen van Duin_split_044.htm
Kinderen van Duin_split_045.htm
Kinderen van Duin_split_046.htm
Kinderen van Duin_split_047.htm
Kinderen van Duin_split_048.htm
Kinderen van Duin_split_049.htm
Kinderen van Duin_split_050.htm
Kinderen van Duin_split_051.htm
Kinderen van Duin_split_052.htm